Interactie als basis voor welzijn en geluk

Interactie als basis voor welzijn en geluk

Omdat interactie volgens de Libanese architecte Stephanie Akkaoui Hughes de basis is voor welzijn en geluk, zet zij architectuur in als een middel om menselijke interacties te bevorderen. In een interview met BNA licht ze het toe.

In het interview vertelt ze allereerst waarom ze architect is geworden: “Ik was gefascineerd door het idee van de Renaissance-man, ook wel de Italiaanse Uomo Universale, een persoon die ‘verlicht’ is in alle mogelijke vakgebieden, waaronder kunst, wiskunde, atletiek, filosofie, muziek, geschiedenis en elk ander cultureel aspect van de samenleving. Voor mij gaat dit niet alleen over kennis, maar ook over een manier van denken, een grondhouding. Dit sprak me erg aan, want ik wilde me niet specialiseren, zoals nu wordt verwacht van de moderne mens. Voor mij komt de rol die een architect heeft het meest in de buurt van dit ideaal.”

Architecting Interaction

Vervolgens vertelt ze hoe ze tijdens een master die draaide om toegepaste creativiteit en ondernemersstrategieën tot haar ‘Architecting Interaction’-visie kwam: “Ik kwam tot het besef dat interactie is de basis voor welzijn en geluk. Dit houdt in dat ik architectuur inzet als een middel om menselijke interacties te bevorderen. Architectuur gaat dan niet meer alleen over vorm en functie, maar ook over flow. Hierbij gaat het niet over hoe een ruimte eruitziet, maar welk effect ze heeft op de gebruikers. Dit is afhankelijk van de context, van het grotere geheel waar ze deel van uitmaakt, zoals de stad, tot het koffiekopje waaruit wordt gedronken.
Dit betekent dat de betrokkenheid van de gebruikers essentieel is. Voor een goed werkend ontwerp is het belangrijk dat ze gelegenheid krijgen om in de ruimte te groeien. Daarom is het onbegrijpelijk dat de contracten van architecten eindigen als het project is opgeleverd. In mijn visie moet je als architect betrokken blijven.”

Vier fasen

In het artikel legt ze uit hoe ze in het ontwerpproces vier fasen onderscheidt waarin de gebruikers actief worden betrokken. “Fase één gaat naast het opstellen van een goed programma van eisen, over een algemeen begrip van de opgave. In deze fase ontwerpen we niet, maar gaan we in gesprek met alle betrokkenen. Ontwerpen we bijvoorbeeld een school, dan beginnen we met de leerlingen. Vervolgens kijken we verder. Zijn er soortgelijke scholen? Wat werkt goed? Wat niet? Wat we niet doen, is vragen wat mensen willen. Het is onze verantwoordelijkheid om daar een idee over te vormen. Dat doen we aan door te vragen naar hoe het ze gaat, hoe hun dag eruitziet, wat ze willen bereiken, etc. Vervolgens nemen we hun antwoorden niet letterlijk, maar proberen we de psychologie achter hun antwoorden te begrijpen.
In de tweede fase vertalen we de uitkomsten van de eerste fase in een visie en een ontwerp. Dit betekent niet dat we alle behoeftes en wensen een op een meenemen. Dan ontstaat er een ondefinieerbare meltingpot waar niemand iets aan heeft. Door met gebruikers te spreken, leren we te begrijpen wat het gebouw moet zijn, ook als zij weer weg zijn. Tijdens de derde fase wordt het ontwerp uitgewerkt en vervolgens gebouwd.
Voordat het gebouw af is, start de vierde fase. Wij laten de gebruikers vast inhuizen, zodat ze hun nieuwe omgeving kunnen ervaren en samen met ons afmaken. Voor de inrichting van een kantoor vragen we bijvoorbeeld leveranciers of we verschillende meubels mogen testen, zetten we de bureaus op verschillende plekken en bekijken we of akoestische maatregelen voldoen. We leren gebruikers welke impact de ruimte op hen heeft, zodat ze zich betrokken voelen en ook de ruimte kunnen aanpassen als wij weg zijn. Architectuur moet leven om relevant te blijven. Het kan toch niet zo zijn dat je het niet mag aanraken vanwege auteursrecht. De empowerment van gebruikers zie ik dan ook als een belangrijk onderdeel van mijn werk.”

Lees hier het hele interview met Stephanie Akkaoui Hughes

Delen: Twitter LinkedIn Facebook

permalink

Naar het overzicht

Terug naar boven