'Nieuw is niet automatisch beter'

Tijdens een Round Table bij Dienst Justitiële Inrichtingen (DJI) in Utrecht gingen experts uit de publieke en private sector in gesprek over hoe duurzaamheidsambities daadwerkelijk leiden tot aanpassing in gedrag. Eén van die experts is Adraan Spruijt, operations director bij Alvero.
Een vraag die onder andere naar voren kwam was tijdens het gesprek: ‘Wat zou er gebeuren als er de komende twee jaar geen enkel schip meer aanmeert met grondstoffen in Rotterdam?’ Een vraag die de toon zet: circulariteit gaat niet alleen over duurzaamheid, maar over economische veerkracht en schokbestendigheid. Niet vanuit groen wensdenken, maar vanuit economische realiteit.
Bewuste keuzes
“Kun je systeemdenken in de praktijk vertalen naar een businessmodel?”, vraagt moderator Wim Kooyman, tevens directeur Smart WorkPlace. Spruijt reageert: “Wij blijven eigenaar van het meubilair dat we ‘as a service’ aanbieden. Daarom maken we keuzes over kwaliteit, levensduur en inzet.”
Door van bezit naar gebruik te gaan is aanschaf niet langer het eindpunt, maar juist het begin van een langere cyclus. “Ons duurzaamheidsverslag speelt een centrale rol als intern én extern stuurinstrument. Onze klanten willen zien hoe we aan het reduceren zijn van scope 1, 2 en 3-emissies werken. Op onze beurt stellen wij dezelfde vragen aan onze leveranciers. Zo wordt verslaglegging een manier om de complete keten in beweging te krijgen.”
Van verplichting naar instrument
Hier ontstaat een belangrijk mechanisme: transparantie als ketenversneller. Wat eerst een rapportageverplichting lijkt, wordt een instrument dat vragen stelt aan leveranciers, klanten en partners. Spruijt benadrukt ook dat de rol van Alvero niet alleen in gebruik zit, maar steeds meer in het beïnvloeden van de inflow: “We kijken steeds vaker kritisch naar wat we inkopen. Een stoel kan er mooi uitzien, maar als hij minder lang meegaat, is dat niet langer de beste keuze.”
Communicatie blijft cruciaal
Goed communiceren blijkt cruciaal, want circulariteit botst vaak met bestaande verwachtingen over nieuw en gebruikt. Spruijt: “Klanten vinden hergebruik soms spannend, terwijl refurbishen vaak beter is dan nieuw produceren.” Hier ligt een duidelijke rol voor communicatie en educatie: laten zien dat ‘nieuw’ niet automatisch beter is.
Benieuwd naar het hele verslag? Lees hem hier.



















