'Iedereen in de keten is nodig'

Een vraag die steeds urgenter wordt: hoe zorg je ervoor dat duurzaamheid niet blijft hangen in beleid en rapportages, maar daadwerkelijk gedrag in de keten verandert? Hoe zorg je ervoor dat je economisch schokbestendig bent en blijft? Denk hierbij bijvoorbeeld aan het verlagen van de bedrijfsrisico's door prijsstijgingen en levensschokken in kaart te brengen. Vanuit die vraag, en mede naar aanleiding van het verschijnen van het eerste duurzaamheidsverslag van Alvero: ‘Maak gebruik van wat er al is’, ontstond de behoefte om hier met verschillende experts over in gesprek te gaan.
De experts kwamen zowel uit publieke als private organisaties en gingen met elkaar in gesprek bij Dienst Justitiële Inrichting (DJI) in Utrecht. In het gesprek kwamen verschillende onderwerpen naar voren; circulariteit, ketensamenwerking en de rol van duurzaamheidsverslagen als aanjager van verandering.
Het gesprek begon met Rick Porcelijn, oprichter van 16 Mammals. Een statement dat op dat moment centraal stond was: ‘Mooi dingen circulair maken’. Porcelijn: “Als we dat willen bereiken is iedereen in de keten nodig. De grootste denkfout is dat duurzaamheid wordt opgedeeld in losse thema’s terwijl materiaal, productie, gebruik en afval met elkaar verbonden zijn. Circulariteit vraagt om integratie van alle perspectieven, niet slechts van één of twee.”
Ecologische impact
Om dat concreet te maken, besprak hij een voorbeeld over het verschil in impact tussen materiaalkeuzes die op papier vergelijkbaar lijken. Porcelijn: “Hout en RVS kunnen qua prijs misschien een factor twee of drie verschillen, maar op het gebied van CO2-uitstoot soms een factor honderd. De traditionele economische logica komt dus niet één-op-één overeen met de ecologische impact. Wat goedkoop lijkt, kan extreem belastend zijn. Als ik dit naar een bredere systeemrealiteit trek is Nederland ontzettend afhankelijk van grondstoffenstromen, maar gaat er tegelijkertijd verrassend doorheen.”
“We zijn dus extreem afhankelijk maar we steken het met dezelfde snelheid weer in de fik. We halen grondstoffen binnen, gebruiken ze relatief kort en verliezen ze vervolgens weer. Of we bewerken producten zoals meubilair zodanig met lijm, kit en verf, dat ze nooit meer in de oorspronkelijke kwaliteit kunnen worden hergebruikt. Een downgrade maakt hoogwaardig hergebruik in de praktijk vrijwel onmogelijk,” vertelt Porcelijn.
Stof tot nadenken
“Per jaar gebruiken we ongeveer 32.000 kilo grondstoffen per inwoner, een groot deel daarvan komt uiteindelijk terug als afval, waarvan ongeveer 70 procent wordt gerecycled. 80 procent van alle vervuiling zit al in de productiefase, in de mijnbouw en energie-intensieve processen. In de meeste gevallen is de gebruiksfase relatief klein. In Nederland zijn op dit moment de circulaire activiteiten goed voor ongeveer 4 procent van het bruto binnenlands product, op basis van CBS-data,” sluit Porcelijn af.
Dit was stof tot na denken en voor een discussie. Benieuwd hoe andere experts hiernaar kijken en op reageren? Lees hier het volledige Round Table verslag.



















