Toegankelijkheid is belangrijk voor iedereen

Elke organisatie bestaat uit een diverse groep mensen, met uiteenlopende behoeften, mogelijkheden en voorkeuren. Denk aan verschillen in mobiliteit, prikkelverwerking, energie, leeftijd, neurodiversiteit of tijdelijke beperkingen. Toch is de manier waarop we kantooromgevingen ontwerpen vaak nog gebaseerd op een impliciet uitgangspunt: de ‘standaardgebruiker’. Maar die standaardgebruiker bestaat niet en daarin neem ik, Mariëlle Brommet, expert toegankelijkheid bij Stichting Accessibility, je mee.
Gebruikers van gebouwen vormen een diverse groep, met uiteenlopende behoeften, mogelijkheden en voorkeuren. Deze diversiteit stelt dus andere eisen aan de toegankelijkheid, inrichting en de bruikbaarheid van de gebouwde omgeving.
Veel behoeften van gebruikersgroepen binnen gebouwen overlappen in de praktijk sterk. Comfortabele verlichting, goede akoestiek, voldoende rustplekken, duidelijke bewegwijzering en een logische routing zijn niet alleen belangrijk voor mensen met een beperking, maar vergroten het gebruiksgemak voor iedereen. Toegankelijkheid en inclusie gaan daarmee niet over een specifieke doelgroep, maar over gebouwen die door zoveel mogelijk mensen zelfstandig, veilig en prettig gebruikt kunnen worden.
Van medisch naar sociaal model
In veel organisaties krijgt toegankelijkheid pas aandacht wanneer zich een concrete vraag of knelpunt voordoet: een hellingbaan naast de trap, een aangepaste werkplek op verzoek, of een uitzondering in beleid. Dat sluit aan bij het medische model, waarin de beperking ‘het probleem’ is. Tegenover deze benadering staat het sociale model, waarin niet de beperking van de persoon centraal staat, maar de belemmeringen in de omgeving. Vanuit dit model wordt toegankelijkheid gezien als een ontwerpvraagstuk: hoe zorgen we ervoor dat gebouwen zó worden ingericht dat zoveel mogelijk mensen deze zelfstandig, veilig en gelijkwaardig kunnen gebruiken?
Bovenstaande visie is in lijn met het VN-verdrag inzake de rechten van personen met een handicap, dat uitgaat van inclusie, gelijkwaardigheid en volledige participatie in de samenleving. Het verdrag is in 2016 geratificeerd door Nederland en benadrukt dat mensen niet beperkt worden door hun aandoening, maar door de wisselwerking tussen de beperking en de drempels in de fysieke, digitale en sociale omgeving. Daarmee verschuift de verantwoordelijkheid van het individu naar de samenleving en ontstaat de opgave om o.a. openbare buitenruimte, gebouwen en voorzieningen vanaf het begin toegankelijk en inclusief te ontwerpen.
Ondanks de groeiende aandacht voor diversiteit, inclusie en toegankelijkheid, sluiten veel bestaande gebouwen nog onvoldoende aan op deze benadering vanuit het sociaal model. Ze zijn ontworpen vanuit normbeelden en gemiddelden, waardoor een deel van de gebruikers structureel wordt uitgesloten of beperkt in gebruik. Dit geldt niet alleen voor mensen met een zichtbare beperking, maar ook voor ouderen, mensen met tijdelijke beperkingen, neurodiverse gebruikers en andere groepen met specifieke behoeften.
Toegankelijkheid als vanzelfsprekend onderdeel van het ontwerp
Het erkennen van menselijke diversiteit vraagt om een andere manier van denken en ontwerpen. Toegankelijkheid en inclusie zijn daarbij geen losse thema’s, maar een vanzelfsprekend onderdeel van goed ontwerp. Gebouwen die toegankelijk, begrijpelijk en prettig bruikbaar zijn voor uiteenlopende gebruikersgroepen, functioneren uiteindelijk beter voor iedereen.
In hoeverre is de werkomgeving binnen jullie organisatie daarop ingericht?
In een reeks artikelen wil ik op bovenstaande onderwerpen ingaan. Het eerstvolgende te publiceren artikel gaat over de gedeelde gebruikersbehoeften binnen kantoorgebouwen.




















