De businesscase van geluk: bestaat die?

WorkPlace Xperience heeft dit jaar een primeur: de lancering van G3. Daarmee krijgen organisaties de beschikking over een wetenschappelijke onderbouwde methodiek om gebouwen te creëren die het werkgeluk van de medewerkers optimaal faciliteren. Joppe Stelloo, Manager Productontwikkeling & Innovatie bij Heijmans en nauw betrokken bij de ontwikkeling ervan, vertelt hoe G3 tot stand is gekomen en waarom er wel degelijk zoiets bestaat als ‘de businesscase van geluk’.
Bij de ontwikkeling van nieuwe gebouwen of de renovatie van bestaande gebouwen is steeds meer aandacht voor het welzijn van de gebouwgebruikers. Gebouwen moeten niet alleen veilig, gezond en duurzaam zijn, maar ook een bijdrage leveren aan het welzijn van de eindgebruikers. Standaarden zoals de WELL-certificering worden dan ook steeds vaker toegepast.
Ook bij Heijmans melden zich steeds vaker opdrachtgevers die iets met dit thema willen, zegt Stelloo. “Soms omdat ze hopen dat een aantrekkelijkere werkomgeving medewerkers kan verleiden weer vaker naar kantoor te komen. Ze zien het ook als een krachtig wapen in de ‘war on talent’. Een andere wens is een hoog ziekteverzuim en burn-outs te verminderen onder medewerkers.”
Maar hoewel een groeiend aantal organisaties inziet dat een prettige werkomgeving ertoe doet, is de vraag wat een prettige werkomgeving precies is en welke factoren nu daadwerkelijk bijdragen aan het welzijn en werkgeluk van medewerkers heel moeilijk te beantwoorden. “Het zijn begrippen die lastig te kwantificeren zijn, en de onderlinge correlaties zijn boterzacht”, zegt Stelloo. “Het is niet zo dat investeren in een WELL-certificering automatisch leidt tot een lager ziekteverzuim, en andersom. Organisaties vinden het lastig om daar de vinger achter te krijgen.”
Onderzoek
Omdat Heijmans ook vanuit haar eigen strategie niet alleen maar veilige, gezonde en duurzame gebouwen wil maken maar ook plekken waar mensen daadwerkelijk graag verblijven, besloot Stelloo op onderzoek uit te gaan. “Ik kwam daarbij al snel uit bij EHERO ([Erasmus Happiness Economics Research Organisation, red.], het onderzoeks- en kennisinstituut van de Erasmus Universiteit Rotterdam op het gebied van geluk, welzijn, kwaliteit van leven en brede welvaart. Zij onderzoeken vragen als: wat is geluk, hoe meet je het, en wat is de relatie met productiviteit, ondernemerschap en sociale innovatie? EHERO ontwikkelde eerder het concept ‘Het Rendement van Geluk’, met als kerngedachte: gelukkige werknemers zijn productiever, creatiever en minder vaak ziek, wat leidt tot betere bedrijfsprestaties.”
Niet helemaal onverwacht bleek de fysieke werkomgeving een heel belangrijke factor als het gaat om sturen op werkgeluk. “Dat was voor Heijmans aanleiding om een samenwerking op te tuigen, waarbij de Erasmus Universiteit voor de wetenschappelijke onderbouwing zorgde, en wij voor het bijeenbrengen van kennis vanuit verschillende perspectieven”, aldus Stelloo.
Als eerste stap werd in kaart gebracht welke eigenschappen een gebouw moet hebben, wil het door de gebruiker als aantrekkelijk worden ervaren. Volgens Stelloo is daarvan sprake als een gebouw om te beginnen de zintuigen op een positieve manier prikkelt. “Wat in een gemiddelde supermarkt voortdurend gebeurt, is in kantooromgevingen eigenlijk nog onbetreden terrein. Neem verlichting: vaak wordt gedacht ‘500 lux op elk bureau dan ben je er’, maar licht heeft een belangrijke invloed op het dag- en nachtritme en de emotionele toestand van mensen. Dus eigenlijk moet je de lichtkleur en -sterkte biometrisch aanpassen door de dag heen.”
Technologisch ‘pesten’
Een tweede aspect dat zorgt voor een aantrekkelijk gebouw is dat het de gebruiker aanzet tot bewegen, spelen en ontmoeten. “Feit is”, zegt Stelloo, “dat met name sociale interactie momenteel door veel gebouwen maar in beperkte mate wordt gefaciliteerd. Dat kan echt veel beter.” En last but not least is een aantrekkelijk gebouw een gebouw waarin je je welkom voelt en waar de gebruiker niet technologisch wordt ‘gepest’. Stelloo: “Denk aan drie verschillende toegangspasjes om op de werkplek te kunnen komen, gebruiksonvriendelijke reserveringssystemen, verplichte winkelnering ten aanzien van bepaalde hardware, enzovoorts. Ook dat is schering en inslag in veel kantooromgevingen.”
Maar daar stopte het onderzoek niet, want zoals Stelloo het verwoordt: “Elk mens is anders. Het probleem van WELL is dat het nog steeds uitgaat van het gebouw. Maar eigenlijk moet je uitgaan van de gebruikers en hun behoeften. Dat leidde ertoe dat we de verbinding zochten met partijen uit verschillende velden, van architecten en kunstenaars tot AI-specialisten en de wetenschap. Met als centrale vraag: kunnen wij met elkaar een methodiek ontwikkelen om vast te stellen of de fysieke omgeving wel of niet past bij de gebruikers van dat gebouw?”
Die exercitie leidde uiteindelijk tot de ontwikkeling van G3, een co-productie van Heijmans, EHERO, Rever Workplace Innovators, Govert Flint, ADL_VDL en DeltaCore Solutions. Stelloo: “Zonder al te zeer in detail te treden komt het erop neer dat we eerst de gebruikerspopulatie in kaart brengen, aan de hand van een aantal persona’s en toetsen of en in welke mate de fysieke omgeving past bij deze persona’s. Hiermee creëer je het vertrekpunt en kun je toewerken naar een omgeving die echt aantoonbaar past bij de gebruikers in het gebouw.”
Verschillende gemoedstoestanden
Stelloo ziet G3 als een belangrijk puzzelstukje in het realiseren van ‘het gelukmakende gebouw’. Maar misschien nog wel belangrijker: het maakt kwantificeerbaar wat de impact is van de fysieke omgeving op zaken als ziekteverzuim, verloopcijfers en medewerkerstevredenheid. “G3 stelt organisaties beter in staat een ‘businesscase van geluk’ te maken. En die pakt snel positief uit, want alleen al ziekteverzuim kost de BV Nederland nu al bijna 23 miljoen euro per jaar. Als je daar 1 procent vanaf kunt krijgen door aantrekkelijkere gebouwen ben je spekkoper.”
Een tweede voordeel van G3 is dat het tot meer diversiteit binnen gebouwen leidt. Stelloo: “Je hebt diversiteit binnen de gebruikersgroepen en dit resulteert in diversiteit in het gebouw. Verschillende verdiepingen krijgen een andere uitstraling en gevoel. En medewerkers krijgen daarmee ook de optie om te kiezen tussen verschillende gemoedstoestanden. De ene dag ben je misschien meer in voor ontmoeting dan de andere, de ene dag ben meer op zoek naar prikkels dan de andere. Een aantrekkelijk gebouw accommodeert dat.”
Door de inzet van G3 komt er volgens Stelloo ook een ander gesprek tot stand: een gesprek over de cultuur die de organisatie nastreeft. “Wil je dat jouw gebouw een duidelijke hiërarchie afdwingt, of wil je dat iedereen overal mag gaan zitten? Vergaderen met opengeklapte laptops, of wil je juist op een heel andere manier met elkaar communiceren, bijvoorbeeld door een vergaderzaal in de vorm van een publieke tribune in te richten? Daarmee ga je weg van het kantoor als louter kostenpost, en wordt het gebouw een middel om de ambities en de cultuur van de organisatie te versterken.”
Joppe Stelloo is een van de sprekers van de WorkPlace Xperience 2026. Wil je dit ook niet missen? Registreer je dan hier.



















