Van Fieldlab naar Centrum voor Future of Work

Van Fieldlab naar Centrum voor Future of Work

RoboHouse is de schakel tussen wetenschap en bedrijfsleven: Ties van Bruinessen vertelt erover op 21 september tijdens het webinar ‘De creatie van een succesvol innovatie-ecosysteem op een campus’.

Ties van Bruinessen is sinds maart 2021 Business Developer bij de TU Delft, met name op het gebied van FRAIM: De doorontwikkeling van het huidige RoboHouse. FRAIM wordt een research centrum waar het koppelen van wetenschap aan de werkvloer centraal staat, met als doel kennisvalorisatie en innovatietrajecten. 

Hij vertelt over de voorgeschiedenis. “Jarenlang lag de focus bij de TU Delft vooral op onderwijs aan de ene kant en wetenschap – de ontwikkeling van fundamentele kennis – aan de andere kant. De laatste jaren is kennisvalorisatie echter steeds hoger op de agenda komen te staan. Een uitvloeisel daarvan is onder meer het Innovation & Impact Centre, dat een steeds prominentere rol krijgt binnen de TU Delft. Door al deze ontwikkelingen ontstond vervolgens de juiste voedingsbodem om te komen tot instellingen die de schakel worden tussen bedrijfsleven en wetenschap. En die schakel is nodig, want fundamentele wetenschap is niet een-op-een toepasbaar in het bedrijfsleven. Daar zijn eerst prototyping, testen en experimenten voor nodig. Wij zijn in de hink-stap-sprong de stap tussen hink (wetenschap) en sprong (bedrijfsleven).”

Een van deze instellingen is het fieldlab RoboHouse aan de TU Delft, waarin het bedrijfsleven aan wetenschappers wordt gekoppeld op het gebied van robotica. “We doen daar projecten met partijen als Heineken en Ahold Delhaize en agricultuurbedrijven zoals Lely. Daarbij bouwen we intern, maar ook met studenten samen prototypes en proof of concepts om zo met wetenschappelijke inzichten innovaties naar het bedrijfsleven te brengen. Daarmee zijn we de stap tussen de fundamentele wetenschap en de toegepaste serieproductie.”

Van Bruinessen merkt dat waar de focus in het Fieldlab aanvankelijk vooral lag op robotica, deze nu steeds meer verschuift naar de toekomst van werk, the future of work. “Dat houdt in dat we opnieuw bekijken zijn hoe we waarde kunnen toevoegen aan de interactie tussen wetenschap en bedrijfsleven. Daarbij hoort ook een nieuwe naam: FRAIM. Bij FRAIM kijken we naar het hele werkproces van de medewerker: In de zorg kijken we bijvoorbeeld  niet naar een robot die het werk kan overnemen, maar naar wat binnen het werkproces voor de medewerkers wel en niet leuk is om te doen, naar onderdelen die veel tijd kosten en veel kwaliteitsverlies opleveren. Vervolgens kijken we samen met de medewerkers hoe de inzet van robotica daarbij tot een verbetering van het werk kan leiden.” Wat voor de zorg geldt, geldt ook voor veel andere sectoren: “Bijna overal waar je kijkt zijn er repetitieve processen, die zwaar en niet leuk zijn maar wel onderdeel van het werk.”

FRAIM kijkt daarbij niet naar vervanging van werk – “dat is een belofte die je nooit waar kunt maken” – maar naar het samenbrengen van mensen en technologie zodat werk gezonder, productiever en zinvoller wordt. Van Bruinessen: “Ik zeg bewust ‘technologie’: we praten niet meer alleen over robotica, maar ook over zaken als Internet of Things, Artificial Intelligence en sensoren.” Hij haalt een vergelijking aan van de wetenschappelijk directeur: “Een mens kan heel veel en een paard kan heel veel, maar de combinatie kan nog meer."

Om uit te leggen hoe FRAIM weet welke uitdagingen er zijn in de verschillende sectoren, haalt Van Bruinessen het voorbeeld aan van de samenwerking met het AgTech Institute van de TU Delft, dat zich bezighoudt met agri- en horticultuur. “Zij hebben een groot netwerk in de sector en komen daar de problemen tegen, waarvoor wij vervolgens de oplossingen proberen te leveren. Dat doen we door samen met de partners van AgTech een lab op te zetten binnen RoboHouse. Op het moment dat dit vorm krijgt, heeft het AgTech institute een mooie, zichtbare, ontwikkelomgeving. Tegelijkertijd kan het bedrijfsleven daar samen met wetenschappers kennis omgezetten in prototypes waar ze iets aan hebben.” En zo zijn er meer voorbeelden: “Binnen Retail werken we samen met Ahold Delhaize en ook met Heineken is er zo’n partnership.”

Deze samenwerkingen ontstaan op verschillende manieren: vanuit discussies binnen het Innovation & Impact Center, waar collega’s toegang hebben tot heel verschillende vakgebieden zoals Predictive Maintenance of Energietransitie in de gebouwde omgeving. Dat kan er toe leiden dat er een lab om een bepaald thema wordt opgezet. Aan de andere kant zijn er ook relaties, direct met bedrijven die voldoende uitdagingen hebben om een eigen lab op te zetten over de Toekomst van Werk.

RoboHouse, dat inmiddels zo’n twee jaar bestaat, is nu nog gevestigd in een oud pand op TU Delft Campus. Met de doorontwikkeling naar FRAIM is het de bedoeling de komende jaren over te gaan naar een nieuw pand op het zuidelijk deel van TU Delft Campus zodat er meer ruimte is voor het ontwikkelen van het research centrum en voor start-ups en scale-ups.

Van Bruinessen ziet fieldlabs als RoboHouse en FRAIM als win-win: “De wetenschap wordt sterker door concretere vragen uit het bedrijfsleven en ook de bijbehorende financiële middelen. En het bedrijfsleven krijgt zo aansluiting met de meest actuele ontwikkelingen in de wetenschap.” Daarnaast ziet hij dat kennisvalorisatie ook bij de TU Delft een andere status heeft gekregen: “Het wordt door de TU Delft ook genoemd als volwaardige derde poot van hun strategie, naast onderwijs en wetenschap.”

Tijdens het webinar op 21 september wil Van Bruinessen aan de hand van voorbeeldprojecten en video’s  gaan toelichten wat er momenteel in het RoboHouse wordt gedaan. Ook wil hij toelichten wat het belang daarbij is van het hebben van een fysieke plek. “Dat heeft een aanzuigende werking. Daarom zou ik graag van de toekomstige huisvesting een paradepaardje willen maken, waar we technologie toetsen en experimenteren met het bedrijfsleven samen.” Het is bovendien nodig, want de huidige huisvesting heeft zijn beperkingen: “Dat is allereerst fysiek de ruimte. Een oud pand activeren kost veel tijd en beperkt je soms in het snel schakelen met het bedrijfsleven. Ten tweede de toegang: het is een gesloten gebouw, terwijl in de werkzaamheden veel variatie zit waarbij je veel moet opbouwen en afbreken. En ten derde de representativiteit: je wilt graag een gebouw dat een uithangbord is naar het bedrijfsleven.”

Inschrijven voor het webinar van 21 september kan hier. Het webinar ‘De creatie van een succesvol innovatie-ecosysteem op een campus’ maakt deel uit van ‘Co-creatie op de Campus’, een initiatief van het kennisplatform CampusDay – www.campusday.nl. In een reeks van opeenvolgende bijeenkomsten (fysiek dan wel digitaal) worden innovatieve en relevante ontwikkelingen op de campus uitgelicht. Jaarlijks worden circa vier bijeenkomsten georganiseerd.

Delen: Twitter LinkedIn Facebook

permalink

Naar het overzicht

Lees verder

Terug naar boven