SWP op Locatie: circulariteit in de praktijk

Afgelopen donderdag 1 oktober was het netwerk van Smart WorkPlace welkom bij het vernieuwde gemeentehuis van Diemen. In samenwerking met Turner & Townsend en Hollandse Nieuwe zijn circulaire principes daadwerkelijk toegepast in een bestaande werkomgeving.
“Van een project op papier, naar een circulaire ambitie in de praktijk,” trapt Wim Kooyman, directeur Smart WorkPlace, de middag af. “Vandaag krijgen we een exclusief kijkje achter de schermen van de circulaire verbouwing van het gemeentehuis. Welke keuzes zijn er gemaakt? Welke uitdagingen waren er en welke lessen leverde dat op? Daarin nemen Daniel Strumphler, associate director bij Turner & Townsend, en Christel van der Hulst, project architect bij Hollandse Nieuwe, je mee.”
Strumphler en Van der Hulst zijn 2,5 jaar geleden begonnen aan het project bij de gemeente. “De basis kwam ongeveer uit 1999 en dat was te zien,” begint Strumphler. “Er was een circulaire ambitie, maar bij die ambitie kwamen ook kanttekeningen. Zo was er een beperkt budget en waren er hoge eisen van de eindgebruikers. We kregen al snel door, om de mensen mee te krijgen moeten we een draagvlak creëren. Want verandering brengt vaak weerstand met zich mee. Daarom hebben we zo goed mogelijk de mensen geprobeerd mee te nemen in de noodzaak van verandering. Door de tegenstrijdige belangen die naar voren kwamen heeft de ontwerpfase ongeveer negen maanden geduurd.”
Van gesloten naar open ruimte
Voor het gehele proces van verandering is de R-ladder gebruikt. Een model dat laat zien hoe circulair en duurzaam je met materialen en grondstoffen omgaat. “Je wil met het ontwerp zo hoog mogelijk op de ladder uitkomen, maar daarin moesten we ook afstemming doen op dat wat er al was,” vertelt Van der Hulst. “We wilden met het gemeentehuis van een gesloten werkomgeving naar een hybride werkomgeving. Dus gingen we voor een ruimtelijk concept. Daarin vonden we het ook belangrijk om connecties terug te brengen binnen teams, we hebben daarom ook een huiskamer gecreëerd waar mensen elkaar kunnen ontmoeten. Daarnaast wilden we loskomen van ‘eigen team, eigen vleugel’, maar hebben we ruis gecentreerd in het midden van de vleugel, zodat meer ontmoeting werd gecreëerd.”

De rode draad
Daarnaast werd het duidelijk dat er door het hele gemeentehuis veel kersenhout werd gebruikt. “Ons motto werd hierdoor: embrace the cherry,” lacht Van der Hulst. De keuze was of dit donkere hout eruit slopen of hard nadenken over hoe we dit in ons ontwerp kunnen passen. We hebben de laatste optie met beide handen aangepakt. De bladen van de bureaus zijn gebruikt als deurtjes bij de pantry’s en andere kasten. Vergaderstoeltjes zijn, daar waar nodig, opnieuw gestoffeerd. Hierdoor is het resultaat een combinatie geworden van oud en nieuw. De kersenkleur is de rode draad geworden door het hele gebouw, door bijvoorbeeld de kleur terracotta te gebruiken op verschillende muren. Hierdoor wilden we ook graag zorgen voor een welkom gevoel. De werkruimtes zijn heel licht gehouden, zodat de donkere gang met kersenhout en terracotta extra nadruk zou leggen op de openheid van de werkruimtes.”
Per verdieping is er geprobeerd om Diemen te vatten door het gebruik van verschillende kleuren. Blauw is de kleur voor de mensen, groen de kleur van de natuur en rode tinten staan symbool voor de bouw en de ontwikkeling van Diemen toen en nu.
Een succesvol project?
“We hebben onszelf tot slot de vraag gesteld: wanneer is een project succesvol? Vooral op circulair gebied. En het klinkt heel cliché, maar dat is toch echt samenwerking,” stelt Strumphler. “Je hebt dezelfde mindset met elkaar nodig, daardoor weet je ook precies wat je aan elkaar hebt. Tot slot is flexibiliteit ook erg belangrijk. Dit helpt om snel in te spelen op veranderingen, nieuwe technologieën en wensen waardoor grote vertragingen worden voorkomen.”
Na deze interessante toelichting over het circulaire project, volgde er een rondleiding. Tijdens de rondleiding kon je zien hoe de gebruikte bureaubladen terugkwamen bij bijvoorbeeld pantry’s en de kluisjes. Ook is er nagedacht over de materialen die niet meer bruikbaar waren voor het gebouw zelf. Zo is het plafond hergebruikt door een andere gemeente en zijn andere materialen aangeboden aan kunstenaars om er hun creativiteit in kwijt te kunnen. De verbindende factor was onmiskenbaar het warme huiskamergevoel: een gastvrije, open uitstraling die uitnodigt tot ontmoeten, verbinden en (samen) werken.





















